Zuiverlandboeddhisme, een praktijk van vertrouwen

De drie toevluchten van het Boeddhisme

In de Boeddha zoeken we onze toevlucht
In de Dharma zoeken we onze toevlucht
In de Sangha zoeken we onze toevlucht

Alle Boeddhisten zoeken hun toevlucht (steun, inspiratie, vertrouwen…) in de Boeddha, de Dharma en de Sangha.

Met de Boeddha wordt de Boeddha Shakyamuni bedoeld, de grondlegger van de Boeddhistische traditie in zijn historische periode. Hij was een mens die begeerte, haat en misleiding afwees en overwon en daardoor de verlichting bereikte. Daarbij ontdekte hij dat de grootste doorbraak in ons bewustzijn niet enkel het loslaten van ons ego is. Pas als we een gelofte doen om een leven te leiden dat in dienst staat van alle levende wezens, houden we ons niet meer bezig met het eigen zielenheil.

Dharma betekent zowel de Boeddhistische leer als de realiteit. De Boeddha gaf aan wat de essentie van onze ‘realiteit’ is: we leven tussen geboorte en dood, ervaren geluk of kwelling, we kunnen juiste wegen bewandelen en wegen van misleiding. Zijn leer bestond niet uit eigen wijsheden maar uit manieren om de realiteit te doorgronden en achter de wereld van verschijnselen de essentie te zien. Boeddha toonde mogelijkheden om ons leven in eigen handen te nemen en het op een waardige manier te bewandelen. Dit kan via meditatie, een juiste mentale en morele instelling en uiteraard door een ‘juiste’ levenswijze.

In je eentje mediteren kan. Maar om een juiste levenswijze in de praktijk te brengen, heb je toch steun van andere gelijkgestemde zielen nodig. Dat kan in de Sangha, de gemeenschap van ingewijden of leken die het pad volgen dat door de Boeddha werd aangegeven. In een groep ben je veilig om te oefenen in het doorzien van je eigen ego. Je ‘toevlucht zoeken’ in de Sangha hoeft geen isolement in een select clubje te blijven. Boeddha stichtte zijn beweging als een bijdrage om zoveel mogelijk mensen te bevrijden van lijden door onwetendheid.

 

De voornaamste gelofte

Net zoals het is
Net zoals je bent

Het meest eenvoudige en tegelijk moeilijke aspect van Boeddhisme is er op te vertrouwen dat je ok bent zoals je bent. Er valt niets te bereiken. Er is geen goddelijke straf of vagevuur voor zonden. Er valt niets te bereiken maar er is een diepe dynamiek die reeds in ons leven aan het werk is; als we die toelaten voelen we onszelf erdoor gedragen. Deze innerlijke dynamiek noemt men de oorspronkelijke of voornaamste gelofte. Het is een innerlijk verlangen om te ontwaken voor een leven vanuit zuiver en open bewustzijn. Zo’n bewustzijn is geen persoonlijk bezit, maar eerder een uiting van de onvoorstelbare onmetelijkheid van het bestaan zelf die ons constant verruimt.

Meestal voelen mensen zich niet ok zoals ze zijn en besteden ze heel wat energie aan vermijding en vluchtgedrag – vormen van zichzelf verbergen. Dit belet hen te verwezenlijken wat het diepst en meest oprecht is. In de ogen van de Boeddha zijn mensen ok zoals ze zijn, maar ze scheppen hun eigen hel omdat ze in hun eigen ogen niet genoeg waard zijn. Uiteraard ontmoet je verwaande mensen die doen alsof ze tevreden zijn met zichzelf maar dit is enkel een oppervlakkige façade. In feite is het onmogelijk om te ontsnappen uit deze vluchtgewoonten zonder één of andere roep van buiten onszelf om te ontwaken. Dit ontwaken is de ‘stem van de Boeddha’ in één of andere vorm. Soms ontvangen we er de inspiratie voor via een spirituele leraar, soms door een levenscrisis die ons schokt, en meestal door een combinatie van beide.

 

De vijf toevluchten van het Amida-Boeddhisme

In de Boeddha zoeken we onze toevlucht
In de Dharma zoeken we onze toevlucht
In de Sangha zoeken we onze toevlucht
In Amida zoeken we onze toevlucht
In het Zuivere Land zoeken we onze toevlucht

Enerzijds hebben we niets nodig. Anderzijds moeten we wakker gemaakt worden door de Boeddha. Dan zijn we open voor een natuurlijk geloof. Vertrouwen in Boeddhisme betekent jezelf toevertrouwen aan de realiteit – aan dingen zoals ze zijn, niet aan iets supernatuurlijk en ook niet aan ‘wishful thinking’.

Heel wat boeddhisten ervaren dat hun bewustzijn telkens weer dicht slibt, ondanks alle meditatiepraktijk en ondanks alle vertrouwen in Boeddha, Dharma en Sangha. We hebben allen een ‘boeddha-natuur’ in onszelf maar deze ware natuur op eigen kracht onthullen, is voor de meesten onder ons wat te hoog gegrepen… Om je eigen gezicht te zien, heb je een spiegel nodig. Boeddha is zo’n spiegel, maar hij was zich bewust van het gevaar van een personencultus rondom hem. In verschillende gesprekken situeerde Boeddha zichzelf in een lijn van voorlopers en opvolgers. Hij was geen ‘uitverkorene’ maar één van de vertegenwoordigers van een eeuwige en natuurlijke poging van mensen om zichzelf te doorgronden, een einde te maken aan hun lijden en daarvan getuigenis af te leggen. In de Sanga erkennen we de boeddha in de ander, is de ander onze spiegel.

Boeddha onderwees daarom ook over Amida-Boeddha als een symbool voor universeel bewustzijn. Amida betekent onmetelijk en verwijst naar een ‘Zuiver Land’, een toestand van puur bewustzijn. We hebben geen god nodig, als een bovennatuurlijk wezen dat buiten ons ligt. Een begrip als ‘Amida’ helpt ons om het hele bestaan te zien in zijn onmetelijke en onbevattelijke aspecten. In die zin is het Amida-Boeddhisme een praktijk die toelaat om een religieuze behoefte te koppelen aan nuchtere zelfobservatie.

Er zijn twee wegen in het Boeddhisme; het Pad der Wijzen en het Pad van het Zuivere Land. Via het Pad der Wijzen probeer je jezelf via spirituele praktijken te transformeren van een gewoon mens naar een ‘Wijze’. Amida-Boeddhisten zoeken hun toevlucht naast in Boeddha, Dharma en Sangha, ook in Amida-Boeddha en in het Zuivere Land. Via de twee bijkomende toevluchten kunnen we onze appreciatie van de oorspronkelijke drie verdiepen.

Voor Amida boeddhisten is het streven naar persoonlijke verlichting door eigen inspanningen een utopie. Daarom beoefenen we naast meditatie als individuele praktijk ook gemeenschappelijke meditatievormen en rituelen om verbondenheid met anderen, en met ‘het andere’ te ervaren. Op die manier kan je een klein leven en je beperkt bewustzijn aanvaarden. Van daaruit zoek je via de voorstelling of de naam ‘Amida’ telkens weer contact met een ruimere visie en realiteit.

In die zin is Amida een toevlucht, een oriëntatiepunt of gps die ons helpt af te stemmen op het gemeenschappelijk belang van het universum. Of in mensentaal: ben ik afgestemd op de Sangha? Is de Sangha afgestemd op de wereld rondom ons? En is die wereld rondom ons afgestemd op het universum? Op alle niveaus is er voor de Amida-boeddhist werk aan de winkel!